Nieuwsbrief 2020 / 5

Mint trainingen

2020/5
De grabbelton

Kantonrechters moeten niet alleen over juridische kennis beschikken, maar ook over geduld. Een Limburgse kantonrechter werd in dat opzicht behoorlijk op de proef gesteld, en dat leidde tot opmerkelijke overwegingen in een vonnis*.

Wat was er aan de hand?

Een al ruim tien jaar gepensioneerde ambtenaar dagvaardde zijn oud-werkgever en pensioenfonds ABP. Dat deed hij voor de tweede maal: de eerste keer resulteerde dat in een vonnis (29 juli 2015) waarin hij niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zijn eisen volledig onbegrijpelijk en onduidelijk waren. Er was geen professionele rechtsbijstand ingeschakeld. De kantonrechter nam hem dat niet kwalijk, maar constateerde dat dat niet afdoet aan de verplichting de procesregels na te leven en zijn stellingen te motiveren.

SpeurderDe kantonrechter is geen detective of speurder

Ook de tweede dagvaarding, van 2018, maakte niet duidelijk wat de man precies wilde: iets met een invaliditeitspensioen, iets met schadevergoeding, maar wat precies? En waarom? Het bleef een raadsel. De enorme stapel gedingstukken maakte dat niet anders.

Omdat ook ditmaal geen gemachtigde was ingeschakeld - die de eisen wellicht had kunnen stroomlijnen en onderbouwen - was de uitkomst van de tweede procedure niet verrassend: wederom niet-ontvankelijk, met een veroordeling in de proceskosten.

De kantonrechter maakt in het vonnis een duidelijk statement over de rolverdeling in een civielrechtelijke procedure. Enige irritatie over de gang van zaken klinkt daar in door, met name in deze overwegingen:

X heeft de nauwelijks verholen hint van de kantonrechter zoals vervat in de hierboven aangehaalde passage uit het vonnis van 29 juli 2015, namelijk om zich van deskundige rechtshulp te voorzien, kennelijk niet ter harte genomen. Dit dient voor zijn risico te blijven.  (…)

Het betoog is als een grabbelton 

De stellingen en stukken van X zijn namelijk zo onsamenhangend dat de kantonrechter op basis daarvan niet fatsoenlijk aan de hand van de wet zijn werk kan doen. Het betoog is als een grabbelton die wordt leeggegooid voor de kantonrechter, met de opdracht om er maar wat van te maken. Zo werkt het niet. Het kan best zijn dat X  hier en daar een punt heeft, maar de kantonrechter is geen detective of speurder die op eigen houtje wat sporen moet gaan zoeken en volgen. Die rol mág de kantonrechter wettelijk gezien ook niet spelen, als hij het al zou willen.”

Het kan maar duidelijk zijn…

 

Rechtbank Limburg, 9 januari 2019 (n.g.)